Natuurlijk gebruiken we in de bibliotheek ook het internet. We bieden het zelfs gratis aan. Maar wordt er wel bij nagedacht wat er zo al wordt aangeboden. Wat voor informatie is het vanaf welke site. In deze les werden we met allerlei termen om onze oren geslagen. Zoals google, googlegids, zoekmachines, meta zoekmachines en in welke web zitten we nu eigenlijk.
Wat heeft internet voor functie in de bibliotheek.
1. Het internet is leverancier van documenten. Digitale documenten
2. Het internet is aanbieder van sites
3. Het internet is een communicatiemedium voor e-mail, chatten en nieuwsgroepen
4. Het internet is mediawijsheid. Leren omgaan met internet en op waarde te schatten
Bibliotheken gebruiken internet ook voor oa het aanbieden van allerlei informatie en de catalogus.
Allereerst heb je een browser nodig om op internet te kunnen. Dit is bijvoorbeeld firefox of google chrome. Als je iets wil op zoeken dan doe je dat in een zoekmachine. Bijvoorbeeld google, googlegids. Het verschil tussen deze twee is dat in google het gegeven woord wordt gevonden in het document en googlegids heb je al gerangschikte categoriƫn.
Je kan natuurlijk ook je gevonden resultaten van diverse zoekmachines invoeren in een meta-zoekmachine. Deze gaat alle resultaten combineren. Vinden.nl en ixQuick.nl zijn dit soort zoekmachines. Echter worden metazoekmachines niet veel gebruikt omdat google van goede kwaliteit is.
Als je iets gevonden hebt dan is het wel verstandig om te checken of het een betrouwbare site is. Hierbij is de toegang, inhoud en de vormgeving van de site belangrijk. Leer zelf met de webdetective hoe je kan beoordelen of een site betrouwbaar is.
Nog een aantal termen.
Een webadres is een URL. Hoe langer hoe dieper je in de opgegeven site je zit.
Staat er https in de URL dan is dit een interne site. De s staat voor security.
Dan wat er achter de punt staat. Zoals .nl, .org, .com. Dit is het toplevel. De geeft wel aan wat voor site het is. Staat er een land afkorting zoals nl, be dan geeft dit een land aan. Deze zijn te bekijken in wikipedia. Nog een aantal voorbeelden. Staat er .org dan is het een non profit organisatie. Staat er .com dan is het een commerciele organisatie.
Het eerste deel van heb webadres is het second level.
Dan als laatste een directory. Dit is een verzameling van sites. Zoals een startpagina.
Pff nou op dit moment zitten we dan in Web 2.0. We zijn natuurlijk begonnen met Web 1.0. Web 1.0 was alleen een leverancier van informatie. Web 2.0 is een social web. Je kunt zelf er iets opzetten of communiceren via het web met twitter of hyves of facebook.
En dan .... komt ook nog Web 3.0. Dit wordt een heel slim web. Misschien is dan nadenken niet meer nodig.
Indrukwekkend deze opsomming! Je laatste quote vind ik erg leuk! Kan ik hem gebruiken? (anoniem hoor)
BeantwoordenVerwijderenJa natuurlijk. Van jou geleerd.
BeantwoordenVerwijderen